Maandelijks archief: maart 2012

Bali reisverslag.

 

Bali eiland van ceremoniën.

Aangekomen in Bali gaan we eerst maar een paar daagjes bijkomen van het reizen. Eerst eens lekker uitslapen want de afgelopen weken was het soms vroeg op om de trein of bus te halen naar ons volgende doel. De eerste dag rustig Kalibukbuk rondgewandeld en gekeken wat hier zoal is veranderd. Nou,, niets! Alles is hier nog zoals we het achter hebben gelaten en tijdens ons rondje dorp komen we meteen al oude kennissen tegen en maken een praatje. Hoe gaat het, waar kom je vandaan en waar ga je naar toe? Het winkeltje van Ayu is nu omgetoverd in een kleine warung en ze doet goede zaken. Niet verwonderlijk want ze kookt heerlijk en is nog goedkoop ook. Dus tijdens ons verblijf hier zijn wij haar langangan. Als we op een avond weer bij haar eten komt ze binnen gewandeld in sarong en kabaja. Dat betekent dat ze naar een ceremonie is geweest. Als we haar vragen welke ceremonie verteld ze dat een kind van haar broertje de driemaandsceremonie heeft.
De driemaandsceremonie wordt gehouden drie maanden na de geboorte van een baby.
Volgens het Balinees Hindoeïsme word een kind door de goden aan de ouders gegeven. Maar de eerste drie maanden heb je het kind alleen nog maar even te leen. Het behoort dan nog aan de goden en je mag het je nog niet toe-eigenen door het op de aarde te zetten. Als het kindje na die drie maanden nog leeft betekent dit dat de goden het kind aan je schenken. Dit wordt natuurlijk met een grote ceremonie gevierd.
Het erf van de familie was mooi versiert en zat vol met genodigden. We werden meteen ontvangen met drinken en lekkere hapjes. Er werd nog een en ander in gereedheid gebracht voor de ceremonie waarbij een aantal oudere dames de aanwijzingen gaven. Oude dames zijn trouwens voor elke ceremonie onmisbaar omdat zij weten aan welke regels een ceremonie moet voldoen. Soms nog een beetje geharrewar omdat de een het beter meent te weten dan de ander. Altijd leuk om te zien en horen. Er werd een matje midden op het erf gelegd met verschillende offers zoals bloemen, koekjes, eieren etc. en een grote stenen bak met water werd erbij gezet. De priesters zaten al te bidden. De ouders kwamen voor het matje staan en de baby kwam ,gedragen door een oude vrouw. Zij had de baby op de arm en in haar andere hand droeg ze een grote steen. De ouders en de vrouw met baby Tristan op de arm kwamen voor het matje staan en toen begon de ceremonie. Een priesteres ging met een bosje rijst over ieders hoofd, een kammetje door de haren, ze moesten met hun hand een gebraden kip aanraken, er werd water over de hoofden gesprenkeld en nog een heleboel wat ik inmiddels vergeten ben. Het was ons wel duidelijk dat het aardse zaken waren die in aanraking kwamen met de baby. Daarna werd de baby enkele malen in de stenen bak gedompeld wat hij niet zo leuk vond. Het water was vast erg koud want hij begon spontaan te plassen waarop iedereen enthousiast reageerde. Ja, dat hoort ook bij het aardse leven. Daarna werden de touwtjes die om zijn handen en voetjes zaten doorgeknipt die de verbinding met de goden moesten voorstellen en werd hij met zijn voetjes op de aarde gezet. De vrouw die Tristan tot nu op haar arm had gehouden gaf de baby aan de moeder die opgelucht lachte. Zij en haar man mogen nu de baby houden. Daarna gingen de ouders met Tristan naar de familietempel waar nog een bidceremonie van een uur volgde in de smorende hitte.
Het matje met alle offers werd door enkele vrouwen opgetild en op het trottoir voor hun huis gelegd. Zo kan iedere voorbijganger zien dat er een driemaandsceremonie heeft plaatsgehad. Intussen werden wij uitgenodigd om te blijven eten maar nadat we alle soorten lekkers hadden geproefd vonden we dat we al voldoende van hun gastvrijheid gebruik hadden gemaakt. We werden nog uitgenodigd voor de Wayang Kulit voorstelling die ‘s avonds werd gehouden. Daar zijn we naar toe gegaan want een echte Wayang Kulitvoorstelling op een Balinees erf hadden we tot nu toe nog niet meegemaakt. Het was vast erg leuk want er werd door de aanwezigen hard gelachen. De Pemanku die de verhalen vertelde deed dit in het Balinees dus daar hebben we niet veel van verstaan. Af en toe kwam het woord ‘turis’ voorbij en we vroegen ons af wat hij over ons zat te verzinnen,, want hij had het vast over ons! Nou ja, wij hebben een mooie ceremonie meegemaakt, zij hun lol.
Na een weekje Lovina, afscheid genomen van Ibu Rini, Ayu en haar lekkere eten en Sweetie die met tranen in de ogen afscheid van ons nam. We zijn voor twee daagjes naar Amed gegaan. Een beetje rondgewandeld, gesnorkeld, gegeten.

Nu zijn we alweer een week in Ubud waar we de laatste weken zullen blijven. We zijn vaker in Ubud geweest en kennen Ubud op ons duimpje. Ubud is een plaatsje waar van alles te doen is. Dansvoorstellingen, je kunt wandelingen maken in de sawa’s, fietsen in de omgeving en als je er behoefte aan hebt kun je tegenwoordig zelfs naar de film en in de cafeetjes speelt regelmatig een band. Maar dat laten we aan andere toeristen over. Tot nu kwamen we hier voor de mooie omgeving maar waar is die gebleven?? Als we ‘onze Birdwalk’ lopen schrikken we. In de afgelopen jaren was er langzaam al het een en ander veranderd. De stoffige zandpaadjes werden meer en meer geasfalteerd, er kwam al een rieten hutje langs het pad te staan waar iemand probeerde aan de passanten schilderijen te verkopen. En nog een hutje. Vorig jaar een klein hotelletje. Maar nu lijkt het wel of Bali in de uitverkoop is gedaan. Langs de hele ’Birdwalk’ zijn binnen vier maanden tijd huizen gebouwd om te verhuren, guesthouses, eettentjes en er staan nu zelfs lantaarnpalen. Over een paar maanden loopt er vast ook een geasfalteerde weg. Wat mij betreft heb ik voor het laatst deze wandeling gemaakt. Ook in de Jalan Bisma wordt hard gebouwd. Toen we op een avond nog een mooi stukje sawa ontdekt hadden en stonden te genieten van de zonsondergang, kwam er een vrouwtje naar ons toegelopen. We maakten een praatje en ze zei: ‘mooi landschap hier toch?’ Ja dat waren we met haar eens. Tot ze opeens begon te vertellen dat dit het laatste jaar is dat deze sawa’s bebouwd zullen worden. Ook dit stuk sawa zal verdwijnen omdat het land is gekocht door een buitenlander die er een huis of hotel op gaat zetten. En zij was hierover erg verdrietig want zij werkt op die sawa en verdiend hier haar brood. Volgend jaar heeft ze geen werk meer. Zij noemt Bali nu Bali Beton! En zo vergaat het veel kleine boertjes die op de sawa’s werken. Zij hebben het land gepacht van de eigenaar die het graag verkoopt als er een buitenlander een aardig bedrag voor neertelt. We vragen ons af hoe de toekomst van Bali eruit gaat zien. Want de toeristen komen niet alleen voor het mooie weer, het lekkere eten of de ceremoniën maar juist voor de mooie sawa’s en de traditionele huizen. Beton hebben we zelf genoeg. Het word moeilijk nog ongerepte plekjes te vinden maar we doen ons best.

We wonen in een guesthouse tegen het Monkey Forest aan. Achter ons huisje ligt het bos en er loopt een diepe kloof met grote bomen, stuiken en een riviertje. Dus kun je wel nagaan dat het wemelt van de apen. Ze verblijven niet alleen in het bos maar trekken ‘s ochtends vroeg de omgeving in. Daarbij word elke veranda geïnspecteerd op eten of andere zaken waarmee ze iets mee kunnen. Dit kan variëren van vuilnisemmers plunderen tot brillen, kussens, medicijnen. Niets is veilig voor ze. We kregen dan ook bij aankomst een katapult waarmee we ze op een afstand kunnen houden als ze te brutaal worden. Je schiet niet met scherp en dat hoeft ook niet want als je de katapult in de aanslag neemt dan springen ze al weg. We weten nu in ieder geval waar de uitdrukking ‘brutale aap’ vandaan komt.
We hadden iets te eten op onze veranda en dat werd meteen door enkele apen gezien. Zij het dak van de buurman op en lagen op de loer of ze ons iets afhandig konden maken. Toen we de katapult pakten vonden ze het niet leuk meer en pakten ieders een dakpan van het dak die ze naar beneden gooiden. Nu weten we ook wat een gefrustreerde aap doet. Vandaag heeft een aap kans gezien ergens twee kussen van een veranda te pikken. In de tuin waren ze met een stel druk bezig de kussens te vernielen. Een liep er met de rits in de bek, de ander had de omtrek al over zijn kop getrokken en liep ermee rond te dansen, terwijl nummer drie met het kussen schijngevechten aan het houden was. De voorstelling eindigde met sneeuw op Bali.
Randy en Daniëlle zijn gisteren aangekomen en vandaag hebben we met z’n allen een wandeling gemaakt. Het stormde de hele dag erg hard. Het werd nog een spannende wandeling ook. Tijdens de wandeling die langs veel kokosnootbomen ging vielen er telkens grote takken en kokosnoten uit de bomen. Die moet je beslist niet op je hoofd krijgen. Toen we door een stukje jungle liepen ging voor onze neus met veel gekraak een grote boom om..

Zaterdagavond heeft Kadek ons opgehaald om naar de avondmarkt in Gianyar te gaan. Een markt waar je geen toerist tegenkomt. Er worden van allerlei zaken verkocht maar hoofdzakelijk eten. Kaki lima;s met kripik, tahu isi, ketella, babi guling, durian, saté’s en geliefd bij de meerderheid van ons clubje de saté kambing Madura. Er werd ook vuurwerk verkocht voor Hari Nyepi, de 22ste. Randy, dol op vuurwerk, kocht enkele knallers. Rond tien uur ‘s avonds kwamen we thuis en Randy wilde het vuurwerk nog even uitproberen. In Kuta is tien uur ’s avonds nog maar het begin van de avond, maar hier in Ubud ligt dan toch bijna iedereen allang op één oor. Dus eerst aan Nyoman, de eigenaar van Wenara gevraagd of we het vuurwerk nog mochten afsteken. Nou, eigenlijk mag je op Bali alleen maar vuurwerk afsteken met Nyepi, maar oké, voor deze keer even snel voordat de politie komt. Nou dat knalde wel. En ik geloof dat de familie Sluiters iets met bommetjes heeft. Wat Theo in de trein op Java lukte om paniek te zaaien door te vragen of er een bompakket onder de stoel lag, lukte Randy hier in Ubud. Plotseling stonden er mensen om ons heen die geschrokken hun kamer uitkwamen omdat ze dachten dat er een bom ontploft was. En denk niet dat in dit ingeslapen dorp de politie op varkens rijd, want de politieauto kwam er ook meteen aangereden. Of was dit puur toeval? Het was inmiddels weer rustig dus ze konden doorrijden. Nyoman wel een beetje zenuwachtig en had al een smoes verzonnen voor het geval er vragen zouden komen. Was gelukkig niet nodig.

Zondag naar de grote ceremonie in de Pura Desa geweest. Hiervan hebben we de hele week de voorbereidingen al gevolgd. De vrouwen die offers maakten van deeg en bloemen. De mannen druk met het snijden van vlees en satépennen. Versieren van de tempel met kleurige doeken. ‘s Zaterdag vonden er hanengevechten plaats. Wat er in de toeristische boeken geschreven staat is ook verzinsel. Daar staat n.m. in dat de hanengevechten verboden zijn en niet meer voorkomen. Nou,, echt wel! En zelfs met grote scherpe messen die de hanen aan de poten gebonden worden. Er word grof gegokt en pakken met geld wisselen van eigenaar. En er is weer een gezin die de komende week geen eten heeft omdat vaders het geld vergokt heeft. De verliezende haan die zwaar gewond op de grond blijft liggen wordt de nek omgedraaid en daarna meteen in kokend water gedompeld. Dan word de haan meteen kaalgeplukt en doorverkocht aan de liefhebber.
Deze eet die dag gebraden haan.

Vandaag, Zondag. We zitten bij het Padangrestaurant te eten als we de grote stoet horen aankomen. Honderden mensen komen in processie vanuit een andere tempel aangelopen. De vrouwen dragen grote offers op hun hoofd, het mobiele orkest loopt mee terwijl het speelt, goden worden meegedragen en barongs lopen mee. We hebben onze sarongs en verdere attributen bij ons die nodig zijn om de tempel te mogen betreden en gaan ook de tempel binnen. We zien verschillende ceremoniën en dansen, opgevoerd voor de goden. De avond wordt afgesloten met bidden. De komende drie dagen zijn er nog steeds ceremoniën . De volgende dag gaan de mensen naar het dichtstbijzijnde strand. De goden worden dan vanuit de tempel meegenomen naar zee waar ze gereinigd worden. Er worden vrachtwagens met mensen volgeladen, met offers, muziekanten met hun instrumenten, barongs en de goden uit de tempel. Het gaat in optocht naar zee, soms wel tien vrachtauto’s vol met de nodige volgwagens en brommers van mensen die zelf over vervoer beschikken. Dit gaat zo de hele week door. Waar je wandelt of fietst, telkens kom je collones van vrachtauto’s tegen die richting zee gaan. De Balinezen geloven dat de goden in de loop van het jaar aan zoveel negativiteit hebben blootgestaan, dat ze daarvan gereinigd moeten worden voordat het nieuwe jaar begint.

Donderdag. Vandaag boodschappen doen voor morgen, zodat we iets te eten hebben omdat we morgen niet van het terrein af mogen. In de namiddag zien we overal vrouwen met een bos brandende takken rond het huis lopen begeleid door enkele mensen die een hoop lawaai maken met blikken en trommels. Bij deuren en op hoeken van de huizen, op bepaalde plaatsen in de tuin, vegen zij met de brandende takkenbos over de grond. Tegen de avond lopen we naar de Jl. Hanoman om een goed plekje te vinden voor de optocht die hier straks langs komt. Onderweg bij verschillende Balinezen gevraagd welke route de optocht precies volgt. We krijgen daarop verschillende antwoorden en gaan op de informatie van een oude heer af die zegt dat alle duivels en monsters bij de tempel bijeenkomen om gezegend te worden. Dat klinkt logisch omdat bij alles wat er in Bali gebeurt eerst de priester de inzegening doet. Dus gaan we tegenover de tempel staan wachten waar zich langzaamaan meer mensen gaan verzamelen. Als het schemerig begint te worden komen de grote poppen van links en rechts naar de tempel. Deze staan op bamboe stellages en worden door een aantal mannen of vrouwen gedragen. Sommige poppen zijn zeker vier meter hoog. Er lopen mannen met lange stokken voor die de elektriciteitsdraden omhoog houden zodat de poppen niet in de draden blijven hangen. Inmiddels is het donker en na het inzegenen en de toespraak begint het spektakel. We staan precies op de juiste plek want voor de tempel word een heel Ramayana verhaal verteld en gespeeld. Het is niet alleen kijken naar de gigantische poppen die zijn gemaakt, maar er word bij elke pop en monster een verhaal gespeeld. Er word gedanst, gezongen, gamelanorkesten die spelen. En als het verhaal is verteld van het monster trekt het verder de straat in. Voorafgegaan door een groep mensen met grote fakkels komt het volgende monster. De dragers gooien het monster in de lucht, laten het weer zakken en draaien het rond. Het is fantastisch om dit mee te maken. Er zijn ook kleine kinderen die hun monstertjes door de optocht dragen en net zo fanatiek zijn als de volwassenen. De optocht duurt uren en ‘s avonds laat worden de poppen op het kerkhof van het Monkey Forest verbrand. Iets dat wij westerlingen weer jammer vinden. Iedereen is er weken mee druk geweest en de poppen waren mooi en gigantisch. Echte kunstwerken en nu gaat de vlam erin. Maar voor het nieuwe jaar moet Bali vrij zijn van demonen, duivels en monsters. Als we ‘s avonds terug lopen naar ons guesthouse is het al pikdonker en erg rustig op straat. We komen geen Balinees meer tegen alleen een enkele toerist. Af en toe is er nog een winkeltje open maar het meeste is al gesloten. Er is een toerist die geld wil pinnen om nog zijn eten te kunnen betalen maar dat gaat hem niet meer lukken. Alle pinautomaten zijn al buiten bedrijf.

Vandaag, Vrijdag is het overal stil We horen alleen het geluid van de natuur. Geen auto’s, brommers, gamelan, ‘morningprice‘,‘mister taxi’ mister masage’? We zitten op onze veranda en eten, lezen en mediteren.
Een rust die we nog nooit hebben meegemaakt!

Hari Nyepi , Balinees nieuwjaar 1934.

22 Maart is er een grote optocht van monsters en duivels. Met deze monsters zijn op dit moment veel mensen druk bezig. Ze worden gemaakt van papier-maché en zijn meters hoog. Tijdens de optocht worden deze monsters door het dorp gedragen onder het maken van veel herrie. Met alle mogelijke attributen waar lawaai uit te krijgen is word dan ook herrie gemaakt. Dit is om de duivels en demonen van Bali ter verjagen. Want op 23 maart is het Balinees nieuwjaar en dan is het volgens de Balinese kalender 1934. Dus gaan we achtenzeventig jaar terug in de tijd. 23 Maart vanaf zes uur in de ochtend tot zes uur ’s ochtends de volgende dag zal er totale rust op Bali heersen. Niemand, inclusief toeristen mogen dan het erf af, er mag geen vuur gemaakt worden, geen licht branden, eten moet van tevoren gekookt worden. De vlieghaven en de havens zitten dicht. Kantoren en winkels zitten dicht en er mag niet gewerkt worden. Geen auto’s, brommers of wat maar ook op de straten. Er zullen alleen wachters op de straten lopen om te controleren of niemand licht heeft branden of op staat loopt. Alleen de ziekenhuizen zijn open.
De bedoeling hiervan is dat de demonen en duivels die de vorige dag zijn verjaagd denken dat er geen levend wezen op Bali is en ze zodoende niet terugkeren om deze wezens dwars te zitten.
Het is tevens een dag van bezinning, meditatie waarop gevast word en je even de pleziertjes moet vergeten.

Advertenties
Categorieën: Categorie Restaurant | Een reactie plaatsen

Deel 2 Kumpulan Pensionada

mooi uitzicht vanuit de trein

Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller

Voetballen met mottenballen en een voetballende aap.

‘s Morgens vroeg om tien uur zijn we met een charterbusje vertrokken van Yogya naar een dorpje in het Lawugebergte dat op 3266 meter hoogte. ligt. Een erg mooie tocht langs rijstvelden, rivieren, bruggen en vergezichten. Aangekomen in Tawanmangu enkele guesthouses en hotelletjes bekeken, maar moeilijk een redelijk goed hotel te vinden. Dat is meestal het geval als je in een natuurpark of hoog in de bergen zit. Na enkele bezocht te hebben toch nog een redelijk hotelletje gevonden. Alleen stonk de kamer wel erg naar mottenballen. Dus eerst op mottenballenjacht. In de kasten, lades van nachtkastjes, onder het bed in de hoeken van de kamer, in de badkamer, een zak vol mottenballen hadden we verzameld en deze bij de receptie afgegeven. Kunnen ze weer gebruiken voor de volgende gast en kunnen ze die proberen te vergassen. We hadden alleen de mottenballen die op het afvoerputje van de douche lagen laten liggen zodat de kakkerlakken niet naar boven kruipen. Trouwens, deze kakkerlakken waren vast megagroot gezien het formaat van deze mottenballen. Ze waren zo groot als pingpongballen en tijdens het douchen schoten ze van links naar rechts en moest je ze af en toe wegschoppen om er niet over uit te glijden.

‘S middags nog even het dorpje rondgewandeld; Rond drie uur in de middag komt er een dikke mist naar beneden tot op een meter hoogte van de straat. Het is dan ook al erg koud en vochtig. Dus vroeg eten en dan naar bed.
De volgende ochtend vroeg naar de waterval gelopen. Een mooie wandeling via het dorpje naar het bos waar we een kloof in liepen. Meteen werden we achtervolgd door apen die Ron bij ons uit de buurt hield door een ballon op te blazen en daar dan de lucht te laten ontsnappen. Van het piepende geluid moesten ze niets hebben. Beneden aangekomen bij de waterval was het een gezellige boel. Het was Zondag en dan gaan de lokals ook allemaal op stap. Gezellig de natuur in met de hele familie en dan picknicken. Bij de waterval en aan de kant van de rivier stonden karretjes waar de mensen eten konen bestellen. Rudjak, bamisoepjes of saté. De families zaten of lagen op matten op de grond gezellig te eten en ngobrol-ngobrol. Wij waren ook al een bezienswaardigheid daar want iedereen wilde met ons op de foto. Tegenwoordig beschikt ook hier iedereen over een mobieltje dus die werden te voorschijn gehaald en wij moesten in pose. En iedereen wilde met eigen mobiel met ons op de foto. Dus duurde het nog wel een tijdje voordat we hiermee klaar waren.. Weer boven aangekomen bleek dat we 1250 traptreden in totaal hadden gelopen.
Daarna nog de pasar bezocht die verbazend schoon was voor Indonesiëse begrippen. Wat fruit gekocht en terug naar ons hotelletje omdat de nicht van Ron ons daar zou komen bezoeken.
Een uurtje later dan afgesproken kwam ze met een heel gevolg van familieleden aan. Als een Indonesiër zegt dat hij je komt opzoeken denk dan niet dat hij alleen komt. De hele familie wordt opgetrommeld en ook nu zaten er 12 mensen in een auto waar er maar 7 in kunnen. Na enkele uren bijgepraat te hebben zijn we met z’n allen in een plaatselijk restaurantje gaan eten. Daarna nog aan de kant van de weg jagung bakar gegeten. De familie vertrok weer en wij naar bed.
De volgende ochtend tijdens het ontbijt nog een leuke voetbalwedstrijd gezien. We hadden het zicht op een voetbalveld van de school. Er waren zo’n 30 jongens aan het voetballen toen er een aap het veld opkwam. Die was beslist een voetballiefhebber want verder waren er geen apen te bekennen. Hij liep richting bal en de jongens probeerde hem weg te jagen met schreeuwen en stenen gooien. Maar de aap liet zich niet wegjagen en rende op de jongens af. Het complete dertigtal rende snel de andere kant van het veldje op. De aap bleef kijken en voorzichtig sloop hij weer dichterbij. Toen nam hij opeens een sprintje en greep met zijn tanden de bal en ging hiermee vandoor. Het dertigtal er achteraan en achtervolgde de aap door het dorp. De aap het dak op van een huis en enkele jongens net zo behendig als de aap ook het dak op. Na enkele minuten was het de jongens gelukt de bal weer terug te pakken, die werd afgespoeld in een plas water en het spel ging weer door.
De voorstelling was afgelopen en wij vertrokken naar Solo nadat we eerst nog de Sewu tempels bezocht hebben. Een overblijfsel uit het Hindoeïstische tijdperk in een andere stijl dan de Hindoeïstische tempels die we tot nu toe gezien hebben. Deze tempels lijken op de Mayatempels in Mexico.

In Solo hebben we de Kraton bezocht en op zoek geweest naar het Japanse kamp Jebres, dat volgens veel mensen rond Solo een museum geworden was en dus bezocht kon worden. In de desbetreffende wijk waar het kamp ooit gestaan moet hebben was echter niets meer. En volgens de bewoners hier was het allang opgedoekt. In de namiddag zijn we naar een oud koloniaal huis gegaan. Hier heeft een Nederlander gewoond en het staat nu leeg omdat het er zou spoken. We hebben gewacht totdat het schemer werd. Want dan zouden duizenden vleermuizen het huis uit komen vliegen. Na een poos wachten begon het enorm te stinken en op dat moment kwamen er inderdaad dikke wolken met vleermuizen uit de gaten van de dakpannen te voorschijn.
De eerste nacht in Solo hebben we bij de familie van Ron geslapen. De volgende dag bleek dat Riet hier haar tube hairrepeare in de douche was vergeten en Ron zijn scheermes. Dus Meiti opgebeld en gevraagd of ze die wilde meenemen. We vonden het wel vreemd dat ze het telkens vergat maar na een paar keer vragen kreeg Riet toch haar hairrepeare weer terug. Nu ik dit schrijf en we enkele dagen verder zijn kwam Riet vanochtend in haar koffer opeens drie tubes hairrepeare tegen. Blijkt dat ze niet goed heeft gekeken en dat de familie dus voor haar maar een nieuwe tube heeft gekocht. Zo zijn Indonesiërs ook!
Na drie dagen Solo zijn we door neef Yonkie naar Malang gebracht. Een tocht van 9 uur door mooi landschap. Lekker luxe met de auto. Hij heeft ooit in Malang gewoond en had hier vrienden die voor ons ook een logeeradres hadden.
Malang is een grote stinkstad en voor ons alleen maar een tussenstop om geen al te lange dagen te hoeven reizen. Nadat we ook hier weer alle mottenballen hadden opgespoord konden we naar bed. Toch de volgende ochtend weer wakker met branderige ogen en niesbuien. Bleken er onder het matras van ons bed nog enkele mottenballen verstopt te zijn. We hebben hier een dag rust genomen en zijn alleen even de stad ingegaan om bij Toko Oen te eten. Dit is een oud restaurant uit de koloniale tijd en bekend bij veel toeristen.
De volgende dag om vijf uur in de ochtend met de bus naar Probolingo gereisd. Bij ons vertrek was er nog even consternatie omdat Ron zijn rugzak kwijt was. De bagage die al in de bus was ingeladen nagekeken maar daar zat zijn rugzak ook niet bij. Bleek dat Riet (,,,Riet weer ) de rugzak op haar rug had geladen. We zullen maar zeggen dat dit aan het vroege uur te wijten was.
Via kleine weggetjes, dorpjes, rijstvelden en suikerrietvelden reden we die ochtend richting Probolingo. Onderweg enkele becaks gezien die volgeladen waren met geiten. Ze hadden de dieren gewoon op elkaar gelegd. Ook kwamen we fietsers tegen die elk een tweepersoonsbed transporteerde. Ze hadden het bed op een stukje van de bagagedrager en op het voorspatbord gezet. Zelf zaten ze er dus tussenin. Verderop was een pasar waar iedereen naar toe op weg was.

In Probolingo hebben we de rietsuikeronderneming bezocht waar Ron:s opa vroeger de scepter zwaaide. Ron heeft hier een groot stuk van zijn jeugd doorgebracht en heeft nog mooie herinneringen aan deze tijd. We melden ons bij de poort en nadat Ron had uitgelegd dat hij hier vroeger met zijn familie gewoond heeft mochten we onder begeleiding van de securitie het terrein op. We kregen een complete rondleiding en werden door aanwezige werknemers welkom geheten. Iedereen die aan het werk was kwam naar ons toe om een hand te geven en een praatje met ons te maken. Ron was erg enthousiast en liet ons de plekken zien waar hij vroeger al het kattenkwaad heeft uitgehaald. In de fabriek werd hard gewerkt en alle machines werden gecontroleerd en evt. gerepareerd. In mei begint het hoogseizoen weer dus nu is het tijd voor groot onderhoud. Onvoorstelbaar wat een machines er stonden, grote kookketels, turbines, tandwielen. Ook de oude lorries en stoomtreinen stonden er nog en alles werkt nog. De machines zijn nog uit 1823 en komen uit Nederland. En alles werkt nog. En nog precies zo als vroeger op stoom. Het huis waar Ron met zijn familie heeft gewoond stond er ook nog steeds en word nog steeds bewoond. Dit was een leuke dag, zeker voor Ron.
De volgende dag nog op zoek naar de kerk van vroeger. Die was inmiddels omgebouwd tot een Asram en niet herkenbaar meer. Het kerkhof waar de oma van Ron begraven is, was opgeruimd en we hebben haar graf niet meer kunnen bezoeken.

De volgende dag vroeg op en met de bus van 6 uur naar Banyuwangi. Na vier uren rijden kwamen we aan in de haven van Banyuwangi waar vandaan de veerboten van Java vertrekken en je binnen een uurtje naar Bali brengen. Op Bali aangekomen nog twee uurtjes met de bus en toen kwamen we in Lovina aan.
Aangekomen op Bali was de lucht meteen frisser en konden we weer volop onze longen met zuurstof vullen.

Java is het dichts bevolkte eiland van Indonesie en dat was goed te merken. Na jaren zijn we hier weer terug gekomen en er is veel veranderd. Wat vroeger een klein dorpje was met zandweggetjes is nu een grote stad geworden. De steden rijgen zich aan elkaar en er is erg veel verkeer. De meeste bussen en vrachtauto’s zijn erg oud en hangen met draadjes aan elkaar. Daarbij komt nog dat ze hier nog nooit van een APK keuring hebben gehoor. Dus wanneer je de straat op komt bevind je je tussen dikke vette uitlaatgassen. ‘s Avonds snuit je de neus en het lijkt alsof je in een kolenmijn gewerkt hebt. De hele dag heb je branderige ogen en vaak hoofdpijn. Jammer! Het lijkt ons niet echt gezond hier lang te blijven. Ook is het moeilijk om nog een goed guesthouse te vinden. De meeste zijn vuil en stinken.
Maar de bevolking is nog steeds erg vriendelijk en behulpzaam,

De eerste ochtend op Bali werden we wakker door de vogels die we nu weer kunnen horen fluiten. Dat was even geleden. Op Java werden we meestal wakker geroepen door de Imam die zijn schaapjes naar de moskee riep. Soms zongen ze mooi maar soms maakten ze er ook maar een zooitje van. De laatste nacht in Probolingo sloeg alles. Deze Imam probeerde vast de jongeren naar de moskee te krijgen want hij riep ze op door te rappen. Aaa ii lala laah, akbar ts tsboem!!1

Dit was het tot de volgende keer

Categorieën: Categorie Restaurant, Computers and Internet, Hobby's, Reizen, Travel | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.